Rob Kerckhoffs vertelt over zijn jaren en herrinneringen

Kostschool herinneringen
Ste Marie
Huijbergen

uit het gezichtspunt van Rob Kerckhoffs

 

Dag indeling:

Wassen - aankleden - naar de kerk. Daarna ochtend ontbijt. Vervolgens een half uur op de 'cour' .
Of een klein rondje wandelen ( om het voetbalveld heen, naar rechts naar de Dorpstraat, rechtsaf langs de dorpskerk, rechtsaf langs het kloostergebouw Ste Marie, weer rechtsaf weer naar de cour.
Of een rondje om de steenfabriek heen.
Vervolgens naar de klas. Dan middageten. Even ontspannen . Weer naar de klas. Hierna dacht ik 1 1/2 uur ontspanning op de cour , voetballen o.i.d.
Van half 6 tot 6 uur eten. Hierna tot half 8 naar de klas voor huiswerk.
Van half 8 tot bedtijd ontspanning in de refter.
Zondagmiddag was vrij voor ontspanning.

 

De refter met de bekende kastjes
De refter:
Dat was de plaats waar gegeten werd en de plaats voor ontspanning.
Je kon dan vrij lezen, figuurzagen, biljarten, tafeltennissen, of met je eigen speelgoed ( bv. Meccanodoos ) o.i.d.
Je zat in de refter met 2 klassen. B.v. met klas 6 en 7, mulo 1a en 1b enz.
Langs de gangkant stonden de kastjes.
Daar kon je je eigen spullen in opbergen. Zoals b.v. je snoeptrommeltje ( meegekregen van thuis )
s' Woendagsmiddags en zaterdagmiddag rond 13.00u. mochten we allemaal een klein handje snoep eruit halen. En daar moesten we dan de een halve week mee doen.

 

Het eten:
De lange tafels in de refter hadden plaats voor 4 groepjes van 4.
De groepjes was vanaf hoek tafel, 2 links en 2 rechts . daarna de volgende 2 links en 2 rechts. Enz. Elke 2 weken moesten we allemaal 2 plaatsen naar rechts opschuiven. Dit opdat je dan weer andere tafelgenoten kreeg.Tijdens het eten liep de refterbroeder rond om toezicht te houden. Bij het brood eten kregen we een half pakje boter per groep, 4 plakjes kaas en 4 plakjes vlees, met wat beleg erbij zoals jam.

Brood kon je wel bijvragen. Zo kon het gebeuren dat je woensdagmiddag of zaterdagmiddag ná een wandeling van 15 á 20 km. Je behoorlijk honger had. De eerste 6 sneetjes kon je nog beleggen. Maar de volgende 6 sneetjes at je droog op.
Bij het middageten waren er verschillenden die het vlees niet lusten, evenzo de groenten. Ik lustte alles wel. Ik ben sinds de kostschool een vleeseter geworden.
We kregen vaak een homp vlees, iets van 6 bij 4 cm. Het zag er wat rauwig uit. Ik noemde het altijd 'krokedillenvlees '. Dan was het :'Rob wil je mijn vlees hebben '. Als ik zei dat het goed was: maar dan moet je ook mijn groente opeten', zoals witlof. Als de broeder niet keek, werd er nogal wat naar me toe geschoven. Dan moest je gauw eten totdat je weer een beetje normale portie had.


 

Verjaardag;

Als je jarig was, kon je een dag van te voren een grote pannenkoek bestellen. Volgens mijj kreeg je die dan sávonds bij het eten. Je zat in groepjes van 4. Meestal trakteerde de jarige een stukje met de andere drie.
( daar rekende de meeste op ) Maar een enkeling zei; 'ik ben jarig en niet jullie '. En hij at hem alleen op



De cour;

De lagere school ( klas 5 - 6 - 7 ) hadden hun 'cour '( speelplaats ) rechts van de refter. De mulo had hun cour aan de kant van de klassen.
Per refter zat je met 2 klassen, b.v. 6 en 7 , mulo 1a en 1b enz.
Om de cour speelbaar te houden had de ene klas, b.v. klas 6 de speelplaats en de andere klas , klas 7 de wandelweek. En andersom.
De favoriete spel was 'trefbal '.

 

Wandelen;

Er werd heel wat afgewandeld. Woensdag en zaterdag wel 15 á 20 km. Door de bossen naar de Kalmthoudse hei. Langs de ruïne van een joodshuis, die toen hij op reis was, is aangestoken en afgebrand.
Vaak hoorden we van de kommiezen dat ze ons hadden zien lopen. Wij hen niet.
Ook liepen wij wel bij de poort van het kloostergebouw, rechtsaf totdat je op de grote weg kwam. Hier rechts af ( richting Bergen op Zoom )
Aan de rand van het dorp daar, woonde van een van de jongens zijn ouders. Hij was een keuterboertje.Als we er langs kwamen kregen we wel eens van die kleine wit-blauwe knolletjes. Die mochten we dan opeten.
Links van deze weg waren er ook bossen. Wij hebben nog het militaire vliegveld zien aanleggen.
Ook wandelden we wel naar Woensdrecht langs de kazern.
Ik kreeg vrij gauw de bijnaam van robin hood. Ik had de platte grond vrij goed in mijn hoofd. Tijdens het wandelen in het bos had ik vaak een groep jongens om me heen. Ik mocht dan van de paden afwijken en spelend in de buurt blijven. Ik vroeg dan aan de refterbroeder waar we langs gingen. Dan kreeg ik zo gauw we in het bos waren de vrijheid. Wel moest ik regelmatig mijn gezicht laten zien. Maar als ik later dan de refterbroeder op de cour aankwam kost het me en de betreffende jongens 2 aantekeningen. Dat is wel eens gebeurd.








 

Eekhoorn jacht ;

Als we dat op een middag deden, dan gingen we met de groep , een kring om de boom maken waar de eekhoorn zat.
Om in de boom te klimmen deed de klimmer de beiden veters uit zijn schoen en bonden die dan aan elkaar vast. Vervolgens deed hij de lus om zijn schoenen en klom zo de boom in. Daar probeerde hij de eekhoorn uit de boom te schudden of te verjagen. Als de eekhoorn naar beneden sprong, moest je hem zien te vangen. Wie hem had was de eigenaar. Zo heb ik er ook eens een gevangen. Je stopte hem in je kous en mee naar school. Op de lagere schoolplein stond een eekhoornkooi. Daar zaten de gevangen eekhoorns in ( 5 ) je mocht dan je eigen eekhoorn voeden. Alleen bij aankomst bleek die van mij door vermoeidheid en verstikking dood te zijn.

Salemanders ;

Zo probeerden we bij vennetjes salemanders te vangen. Soms lukte dat. Maar meestal hadden we alleen maar de staart.
Als je een salemander
bij de staart pak, laten
ze de staart los
als afweer.

 

 

Ijsjes ;

Volgens mij mochten we eens inde 2 weken of 1 keer per maand onder begeleiding een ijsje kopen. Ze kosten toen 25 ct. Als je slim was kocht je één ijsje van 5 ct en één van 10 ct.
Dan had je meer dan als je één van 25 ct kocht.

 

Briefschrijven;

S'Zondagochtend ná het eten was het verplicht briefschrijven in de klas. Ik had me het typen geleerd. Dus mochten diegene die dat konden een getypte brief maken. Het voordeel was dat je de machine een stand hoger kon zetten, zodat de regels wat verder uit elkaar kwamen en de brief dus eerder vol was.
De brieven moesten in een open enveloppe ingeleverd worden.
Op een keer moest ik bij de directeur komen. Hij vroeg waar mijn brief was. Ik zei hem dat ik die in de enveloppe had gedaan. Niet dus. Toen wist ik dat de brieven gelezen werden.

 

 

slaapzaal
De slaapzaal
De slaapzaal:
Deze bestond uit een wand van ca 1.50 mtr. hoog. Aan weerzijde bed - kastje - bed - kastje. En tegenover het bed de wastafel. Op het eind van de zaal was het slaapkamertje van de broeder die toezicht op die afdeling had. Zelf heb ik één jaar op de zaal gelegen en vervolgens kreeg ik een eigen kamertje.


Weekkaarten;

Als je goed je best deed en je bleef onder 6 aantekeningen dan kreeg je een gouden kaart. De volgende kaart was groen. Kreeg je die dan moest je strafwerk maken.
Dit alles had met aantekeningen te maken die je als straf kon krijgen. Deed je iets wat niet mocht dan ging de hand van de broeder omhoog. Het aantal vingers gaf aan hoeveel aantekeningen je had opgelopen.
Het volgende heb ik o.a. ondervonden;
De klasse broeder van klas 7 was de toezicht broeder op onze slaapkamer. Mijn buurman zei wat tegen mij. Hij moest komen. Weer terug bij bed zei hij tegen mij dat hij 2 aantekeningen had gekregen. Hij zei nog wat en ik moest lachen. Toen moest ik komen. Hij vroeg waarom ik hem zat uit te lachen. Dat deed ik helemaal niet. Ook ik kreeg 2 aantekeningen. Toen ik vroeg waarvoor zei ; weet je dat niet. Ik wist het niet. Dus de volgende morgen ( zondag ) moest ik de klas komen. Weet je het nog niet? Dan blijf je maar in de klas totdat je het weet. Ná een uur mocht ik vertrekken.


Douchen;

Eens in de week douchen. In de rij per klas onder begeleiding naar het douchgebouw. Deze lag ergens rechts van de kostschool en nog vóór het kloostergebouw.


Sporten;

De voetbalvelden ( ik dacht 3 ) lagen in de verlengde van de schoolgang. Als je door de washokdeur naar buiten ging , moest je links af.
Ik heb zelf altijd in het 1ste elftal gezeten. Mijn positie was rechtsbuiten. Dit om mijn snelheid.
Wij hebben ook wel eens een tournooi gehad in Oudebosch, wij voetbalden toen tegen andere kloosters. We werden getraint op uithouding. Zo'n tournooi bestond uit 2 x 30 min., 10 min rust en wisselen en weer 2 x 30 min. Totaal 5 wedstrijden achter elkaar.
Ik was met hardlopen een sprinter op de 100 mtr. ( ik liep toen 13 sec. op de 100 mtr.
Een keer met veldlopen ging het fout. Als sprinter ging ik veel te hard van start. Al gauw viel de helft uit. Maar op de helft van de afstand kwam ik mij zelf tegen. Toen was het mijn beurt om uit te vallen.
Zwemmen werd er soms in Bergen op Zoom. Onder begeleiding natuurlijk en op de fiets.
Maar er was volgens mij ook een zwembad op het terrein. Alleen weet ik niet meer waar.

 

 


Schaatsen op de
Groote Meren
Ijsvrij;
Er lag een meer in het bos op enkele kilometers van de kostschool.
Daar kon je dan met de broeders schaatsen.
Ik heb daar nooit gebruik van gemaakt.
Ik ging dan altijd met de wandelgroep mee.

 

De vos;

Op de mulo in klas 1b zaten 2 gebroeders. Marcel en Paul. De achternaam ben ik kwijt. Volgens mij kwamen ze uit Zeeland. Op een dag hadden ze een ardennen vos meegenomen . deze heeft een poosje met hok en ketting op de schoolplein gestaan. Ik weet niet meer hoeveel weken. De kleur was lichtbruin .

 

Broeder Jozeph;

Hij was de kleermaker van de school. Zijn afdeling was de trap op naar boven. Rechts af, tegen over de typkamer waar je kon leren typen.

Film;

Af en toe werd er een film gedraaid. Zoals Sissi en Sissi de jonge keizerin. , In weise Rössl.

 

Fancy fair;

Eens in het jaar werd er een fancy fair georganiseerd. Dit op het veld naast de speelplaats van de lagere school. Je deed mee per klas. En daarin kon je als beste te voorschijn komen. Dus om punten ging het. Er waren allerlei spelletjes zoals ballen gooien, elektrisch vissen en watershut. ( stok in de hand en proberen bij de afdaling de stok door het gaatje te krijgen als je droog wilt blijven. Anders viel er een emmer met water omlaag.

 

Sinterklaas;

Deze werd dan ingehaald vanaf het kloostergebouw. In een fakkeloptocht naar de kostschool. Daar ging de Sint alle refters langs.

 

Bezoek;

Jongens die in Brabant woonden ( b.v. in Bergen op Zoom, Tilburg ,Breda ) mochten om de twee weken van zaterdagavond tot zondagavond ( onder eventuele goed keuring van de directeur ) opgehaald worden
Wat bij gebleven is; in de herfst van 1955 , het was s'avonds al gauw donker) werd een zekere Hendrik door zijn vader en zusje opgehaald. Zijn vriendje en buurtgenoot mocht wel meerijden. De volgende dag werd ons een gruwelijk ongeluk meegedeeld. Hendriks vader was op een onverlichte aanhangwagen ingereden. Zijn vader op slag dood. De drie anderen zwaar gewond naar het ziekenhuis. Veertien dagen later overleed zijn zuster.
Ik zelf woonde toen in de Wieringermeerpolder. Dat hield in dat buiten de vakanties ik maar één keer bezoek kreeg tussen de vakanties in op zondagmiddag.

 

Vakantie;

Deze bestond uit één week kerstvakantie, één week paasvakantie en 4 weken grote vakantie. En dan had ik een halve dag met reizen nodig om thuis te komen. En dus een halve dag terug. In Bergen op Zoom stonden de bussen klaar , met broeder, om ons naar Huijybergen te brengen. Iedereen moest om 20.00u. binnen zijn.
Uiteindelijk was ik nog geen 6 weken per jaar thuis.
Dat hield in dat mijn 'familieband'met mijn ouders, broers en zusters nooit groot kon zijn.

 

Natuurkunde lokaal;

Het vertrek lag naast de portiekamer. Deze had een oplopende vloer. De lessen waren intressant. Daar kregen we ook muziekles, ( o.a. allerlei liederen leren )
Eén deur verder was de zaal voor bezoekers en waar toneel uitvoering werd gegeven. Broeder Liberius was een uitstekende toneelschrijver en speler.

 

Verboden vriendschap;

Al zeg ik het zelf, ik had altijd veel vrienden. Maar daar de directeur wel eens ander over. Wat was het geval; Ik zat in klas mulo 1b. mijn vriend zat in klas mulo 1a. wij zaten dus in dezelfde refter. Hij was kleiner dan ik. Op een dag moest ik bij de directeur komen. Ik mocht niet meer met mijn vriend omgaan ( echt geen homo's zoals men dat nu zou denken )Het was geen verhouding , ik groot en hij klein. Als ik toch kamaraad met hem bleef dan zo dat inhouden dat ik op het eind van de schooljaar van school af moest.
Het is toch van het zotte.
Dit was trouwens mijn laatste schooljaar in Huybergen.

 

Namen;

De meeste namen ben ik ná 50 jaar kwijt. Wel weet ik John Huvèr uit Heerlen. René van Hulst uit belgië. En een zekere Sjefke. Het zigeunermeisje uit het toneelstuk had in de achternaam iets van 'duin 'erin. Volgens mij uit richting Tilburg.
Zo ben ik de namen kwijt van de klasse broeder van klas 5 en 7 ( scheldnaam malle jan ) En de andere refterbroeder die samen met br. Phillipus in de refter stond van mulo 1.
< meer namen klik hier >

 

Eind conclusie;

De kostschool was voor mij een spartaanse opvoeding.
Je wordt wel zelfstandiger
Je mist de samenleving buiten de kostschool ( het is een jongens wereld )
Geen warme band met je familie.
Alles werd behoorlijk gecontroleerd.
Mij eigen kinderen kwamen hierom nooit op een kostschool. Al hoe wel soms zou voor sommige kinderen uit de maatschappij goed zijn als ze een jaar kostschool zouden meemaken.
Verder kon ik goed met de refterbroeder overweg.
Ik houd nog steeds van bossen en de natuur.
Ik woon sinds 1963 in zuid-oost friesland. Als ik de tuin uitstap sta ik in het bos

 

Kostschool fotopagina van Rob Kerkckhoffs


<<< vorige
Heeft u oude foto's van St Marie ?


www.frankbogers.nl
Schoolfoto startpagina
Ste Marie gastenboek